Wie in Utrecht in een rijtjeshuis uit de jaren dertig woont, in wijken als Oog in Al, Tuinwijk of het Rivierenwijkje, kent het dilemma. Je woont in een huis met glas-in-lood, paneeldeuren en een steile trap, maar echte bergruimte is schaars. Inbouwkasten waren destijds geen standaard, en de kamers zijn vaak compact.
Toch zit er in deze woningen meer ruimte dan je denkt. Het gaat erom dat je de hoekjes benut die de bouwers van toen ongemerkt hebben achtergelaten: de ruimte onder de trap, de nissen naast de schoorsteen en de schuine kanten van de zolder.
Eerst kijken, dan bouwen
Voordat je de zaag pakt, loont het om je huis met een frisse blik te bekijken. Loop elke kamer door en noteer waar ruimte onbenut blijft. Denk aan de hoogte boven deuren, de diepte van vensterbanken en de ruimte achter knieschotten. Meet alles op, want muren in een woning van negentig jaar oud zijn zelden haaks.
Bedenk ook wat je wilt opbergen. Seizoenskleding vraagt om een andere oplossing dan stofzuigers, schoenen of boeken. Wie dat vooraf helder heeft, voorkomt kasten die net te ondiep of te laag blijken.
De ruimte onder de trap
De trap in een jaren dertig huis loopt vaak vanuit de gang steil omhoog, met daaronder een kleine kast of een trapkast met een schuin plafond. Die ruimte wordt meestal volgepropt, waardoor je achterin nooit meer iets terugvindt. Uittrekbare lades op wieltjes of op zware geleiders lossen dat op: je trekt de hele inhoud naar je toe in plaats van op je knieën te kruipen.
Is de onderkant van de trap open, dan kun je denken aan een op maat gemaakte kast met deurtjes in dezelfde kleur als het trapgat. Zo valt de kast weg in het geheel. Een smalle schoenenkast of een plek voor jassen en tassen bij de voordeur maakt de gang direct rustiger.
Nissen naast de schoorsteen
Veel van deze woningen hebben in de voorkamer of de slaapkamer een schoorsteenboezem met aan weerszijden een nis. Dat zijn ideale plekken voor ingebouwde kasten of open boekenplanken. Een combinatie werkt vaak goed: dichte deurtjes onderin voor rommel en open planken bovenin voor boeken of mooie objecten.
Houd de stijl in lijn met het huis. Paneeldeurtjes, een eenvoudige plint en een lijst aan de bovenkant passen beter dan strakke hoogglans fronten. Wie inspiratie zoekt voor meubels en woonaccessoires die zo’n combinatie van oud en nieuw ondersteunen, vindt op Interieurguy.nl artikelen over woontrends en vergelijkingen van populaire woonartikelen.
Zolder en knieschotten benutten
De zolder is in de meeste rijtjeshuizen uit deze periode de grootste bron van extra ruimte. Achter de knieschotten, de lage wandjes onder het schuine dak, zit vaak een diepe strook die nauwelijks wordt gebruikt. Door de knieschotten te vervangen door schuifdeuren of lades, maak je die ruimte bereikbaar.
Let wel op isolatie en ventilatie. Oude daken zijn niet altijd goed geïsoleerd, en spullen die achter een knieschot liggen kunnen last krijgen van vocht of temperatuurschommelingen. Gebruik afsluitbare boxen en controleer de ruimte af en toe.
- Lades achter het knieschot voor kleding en beddengoed
- Een kast op maat onder de nok voor koffers
- Planken boven de zoldertrap voor zelden gebruikte spullen
- Een werkplek in de dakkapel met opbergruimte eronder
Karakter behouden
Het verleidelijke van een verbouwing is dat je alles wilt modernisering. Maar juist de details maken een jaren dertig woning bijzonder. Probeer originele deuren, lijsten en het glas-in-lood te sparen en laat nieuwe kasten daarop aansluiten. Woon je in een beschermd stadsgezicht, informeer dan bij de gemeente Utrecht of je wijzigingen aan de buitenkant mag doorvoeren.
Kies bij voorkeur voor materialen die goed ouder worden, zoals massief hout of gelakt MDF in een rustige kleur. Zo voelt een nieuwe kast over tien jaar nog steeds als een logisch onderdeel van het huis.